|
De Commanderie van Sint Jan staat weer volop in de belangstelling. Het
voormalig museum is omgetoverd tot een restaurant, een ambachtencentrum
met een brouwerij en een proeflokaal. Het pand - een van de eerste stenen
gebouwen in Nijmegen - dateert uit 1196. Sinsdien heeft de Commanderie
uiteenlopende, soms merkwaardige bestemmingen gehad. Ook kreeg het veel
oorlogsgeweld te verduren. Toch is de Commanderie een van de weinige middeleeuwse
panden in onze stad die al acht eeuwen standhouden. Maar de prijs die
het daarvoor moest betalen is hoog: het huidige pand is voor het grootste
deel slechts een reconstructie...
De eerste keer dat we de Commanderie in de geschreven bronnen
tegenkomen is in een document uit 1196. Graaf Alardus en zijn vrouw Uda
stichten dan een 'hospitaal' of 'hospitium', een opvangplek waar pelgrims
kunnen eten en overnachten. Het hospitaal wordt gebouwd op een idyllische
plek aan de rand van de stad. Het centrum van middeleeuws Nijmegen ligt
in deze periode aan de Waalkade en de Stevenskerk zal pas een halve eeuw
later worden gebouwd.
Merkwaardige kloosterorde
Achttien jaar later, in 1214, komt het pand in handen van de Orde
der Johannieters. Deze enigszins merkwaardige kloosterorde is opgericht
tijdens de Kruistochten en bestaat uit priesters, broeders en ridders.
Alleen mannen van adel mogen er lid van worden. Evenals de beruchte Orde
der Tempeliers hebben ze als taak om de pelgrims in het Beloofde Land
te beschermen - desnoods met het zwaard. Ze worden op duistere wijze schatrijk. Als
de bloedige Kruistochten uitgewoed zijn, zwermen de Johannieters (of 'hospitaalridders')
uit over Europa. Overal stichten ze kloosters - in Nijmegen nemen ze hiertoe
het hospitaal van graaf Alardus over. De leiding komt in handen van een
ridder of commandeur. Zo krijgt de Commanderie van Sint Jan zijn naam.
Tegenaktie Tot de Reformatie van de 16e eeuw kunnen de hospitaalridders hun
verzorgende rol tamelijk ongedwongen uitoefenen. Tijdens de strijd tussen
protestantse Hollanders en de katholieke Spanjaarden proberen ze neutraal
te blijven. In de katholieke Commanderie wordt zelfs de allereerste protestantse
dienst van Nijmegen gehouden. Als de protestanten in navolging van andere
steden een beeldenstorm willen ontketenen, komt de katholieke bevolking
in actie. Enkele vrouwen slepen de nieuwe predikantenstoel uit de Commanderie
en verbranden hem symbolisch op de Blauwe Steen.
Vleeshal
Het gebouw wordt al snel inzet van een ordinaire touwtrekkerij.
In 1576 worden er Spaanse soldaten ingekwartierd. Twee jaar later sluit
de stad zich aan bij de Staatse opstandelingen. De Commanderie is dan
protestants. Maar omdat de protestanten ook al de vlakbij gelegen Stevenskerk
hebben geannexeerd, geven ze het klooster weer terug. Wel wordt de kapel
ingericht als vleeshal. Ook blijven er soldaten in gehuisvest - al naar
gelang de wisselende krijgskansen zijn dat de ene keer Spanjaarden en
dan weer de Staatsen. Het gebouw ligt regelmatig onder kanonvuur vanaf
de Lentse oever en moet honderden voltreffers incasseren.Als de laatste
commandeur in 1638 overlijdt, neemt het protestantse stadsbestuur de Commanderie
- als laatste katholieke instelling - met alle bezittingen alsnog in beslag.
Het bestuur bestemt het gebouw tot predikantswoning en laat de inmiddels
bouwvallige kapel afbreken. De ruimte die zo ontstaat wordt later de Korenmarkt.
Ook wordt in het pand een 'illustere school' gehuisvest. Na een paar jaar
wordt de school verheven tot 'Academie', waarmee het de voorloper is van
onze huidige universiteit. Aan de rand van de Korenmarkt verrijst een
monumentale toegangspoort. Tegenwoordig is deze poort nog steeds te bewonderen,
maar dan ingemetseld in de Gedeputeerdenplaats naast het stadhuis.
Waalse kerk
Het academisch avontuur duurt niet lang. In 1672 moeten de studenten
en hoogleraren weer plaats maken voor soldaten, ditmaal van Franse afkomst.
De Franse bezetting van Nijmegen is weliswaar van korte duur, maar toch
verhuizen de meeste hoogleraren naar veiliger oorden. PluBo houdt
op te bestaan. De grote zaal van de Commanderie wordt omgebouwd tot een
kerkgebouw voor uit Frankrijk afkomstige protestanten. Deze hugenoten
hebben het in hun vaderland zwaar te verduren en vluchten massaal naar
Nederland, waar ze zich aansluiten bij de Franstalige Waalse kerk.In de
volksmond heet het plein voor de Commanderie al snel de Fransche Kerkplaats,
wat uiteindelijk verbastert tot Franseplaats. Dat is nog altijd de naam
van het plein. De Waalse Kerk maakt een grote bloei door tot aan het jammerlijke
vergissingsbombardement van februari 1944. De Commanderie wordt flink
geraakt, maar kan nog worden hersteld. Omwonenden beschouwen het gebouw
echter als leverancier van gratis bouwmateriaal en roven het leeg. Zo
verandert de Commanderie alsnog in een ruïne.
Wijnhuis
Na deze weinig fraaie - en daarom ook minder bekende - episode
uit de Nijmeegse geschiedenis, raakt het gebouw nog verder in de versukkeling.
De redding komt uit onverwachte hoek. In 1952 neemt een Nijmeegse antiquair
de ruïne over van de Waalse Gemeente. Grote gedeelten breekt hij
weg en metselt hij elders weer op. Het resultaat is een romantisch fantasieslot
dat onder de naam 'Wijnhuis' al snel een zeer geliefde uitgaansgelegenheid
wordt. Zo geliefd dat de bevolking fel protesteert als het stadsbestuur
het gebouw alsnog wil slopen. Het bestuur gaat overstag, op voorwaarde
dat de Commanderie gerestaureerd wordt. Als de Stichting Monumentenzorg
in 1969 de romantische toevoegingen van de antiquair weghaalt, blijkt
er van het oorspronkelijke gebouw bitter weinig over te zijn. Aan de hand
van oude tekeningen, foto's en schilderijen verrijst vervolgens op de
oude fundamenten een grotendeels 'nieuwe' Commanderie van Sint Jan. Eigenlijk
is die bedoeld als nieuwe sociëteit voor Studentenvereniging Roland.
Maar juist in deze periode staat de studentenwereld op zijn kop. Dus gaat
men in allerijl op zoek naar een nieuwe bewoner, die wordt gevonden in
het Gemeentemuseum.
Zoals bekend is het museum momenteel aan het verhuizen naar het
nieuwe onderkomen op het Kelfkensbos. De Commanderie zal onderdak bieden
aan de ambachtelijke brouwerij De Hemel. Ook andere ambachten zullen er
een plek krijgen. Mede dankzij het nieuw in te richten proeflokaal zal
op deze historische plek de geschiedenis weer tot leven komen.
Gepubliceerd met toestemming van de auteur Paul van der Heijden.
Dit stuk is eerder verschenen in De Blik. Editienummer 4. Jaargang 1999.
|